REÏNCARNATIE VAN EEN OBJECT

Interview Fraser McPhee

Geschreven door Julia Lefeber (buro bordo)

Fraser McPhee is een industrieel ontwerper gevestigd in Eindhoven. Zijn werk combineert het gebied van industrieel ontwerp met de grenzen van Critical Design om de nieuwe relevantie van de industrieel ontwerper voor de moderne tijd opnieuw te evalueren. Hij creëert werk dat een onderzoekende mentaliteit bevordert bij de industrie, consumenten en kijkers. Zijn werk richt zich op de onderwerpen industrie, massaproductie en technologie.

Ongeveer zes jaar geleden besloot de Schotse Fraser naar Nederland te verhuizen om de Nederlandse designwereld te ontdekken. “Ik was jong, en het was een zeer intuïtieve beslissing om hierheen te verhuizen. Vanuit een educatief oogpunt is design in Schotland erg gericht op de industrie en hoe je jezelf inzet binnen een economie. Na het afstuderen is het een logische stap om bijvoorbeeld voor Philips te gaan werken, of voor een of andere fabrikant van medische apparatuur”, zegt Fraser. De ontwerper zelf is altijd veel meer geïnteresseerd geweest in de artistieke benadering van de dingen. Hij vindt dat hij zich beter kon verhouden tot de verkennende, conceptuele en experimentele kenmerken van het Nederlandse design.

In zijn werk houdt Fraser zich bezig met verschillende onderwerpen die variëren van het creëren van een digitale erfenis offline in zijn project ‘Data Mortis’, tot kritisch ontwerp voor de massaproductie zoals ‘Post Industrials’. “Er zijn traditionele en conventionele onderwerpen die binnen de industriële ontwerpstudies en onderwijsinstellingen worden behandeld, zoals het werken met technologie, massaproductie en gebruikersgericht ontwerp. Ik bekijk design graag vanuit een meer kritisch standpunt, waarbij het niet het doel is om een echt verfijnde gebruikerservaring voor iemand te creëren, maar waarbij de nadruk legt op design”, legt Fraser uit. “Ik heb het gevoel dat het aan industrieel ontwerp ontbreekt in termen van innovatie – niet in termen van technologie – maar in de mentaliteit van hoe je het eigentijdser maakt. Er zijn enkele lacunes die kunnen worden opgevuld binnen de kennis over industrieel ontwerpen die niet noodzakelijkerwijs op school wordt aangeleerd. In mijn eigen werk probeer ik dat in ieder geval op kleine of grote schaal te verkennen”, vervolgt Fraser.

In de beginfase van zijn afstudeerproject had Fraser zich verdiept in het idee van repareerbaarheid. “De reparatie-economie is zo veranderd sinds de generatie van onze ouders of grootouders. Men erft tegenwoordig niet meer zo veel meubels, omdat ze niet meer zo goed gemaakt worden als vroeger. Het heeft echt niet veel zin om objecten te repareren die niet geërfd zijn. We kopen eerder voorwerpen die goedkoop, gemakkelijk en toegankelijk zijn. Het is bijna net als fast-fashion maar dan gaat het om meubels”. Wat betreft het Circulair Warenhuis project, gaat Fraser werken met spaanplaatmateriaal waar een groot deel van onze meubelproducten uit bestaat en op zijn beurt een grote hoeveelheid van onze afvalstromen in beslag neemt. “Het is een van deze materialen die gewoon in de vuilnisbak gaat, in een verbrandingsoven wordt verbrand of op een stortplaats terechtkomt”, zegt Fraser. “Toen ik met de mensen van het Circulair Warenhuis sprak, zeiden ze dat producten van spaanplaat het meest prominent aanwezig zijn binnen de collectie”.

De ontwerper is geïnteresseerd in het vinden van manieren om te werken met dit materiaal, dat hij omschrijft als ‘hybride’ hout. Hij stelt zichzelf de vraag hoe dit materiaal behouden kan worden en een nieuw leven kan krijgen. “Het is voor mij echt spannend om met het materiaal te werken, niet op dezelfde manier als in de massaproductie, maar meer in lokale termen, zoals het maken van objecten in het Circulair Warenhuis”, benadrukt Fraser. Fraser heeft een idee ontwikkeld om een object te reïncarneren in relatie tot de levenscyclus van een product en circulariteit. “Ik vind het heel grappig dat ontwerpers een object alleen maar ontwerpen om dat object te laten zijn. Het is waarschijnlijker dat een ontwerp terugkomt in zijn vorige vorm of teruggaat naar een anonieme grondstof in plaats van dat het iets anders wordt. Dus, als het gaat om het ontwerpproces, vind ik het interessant om naar een product te kijken met in het achterhoofd dat een ander product gaat worden. Laten we zeggen dat een tafel verandert in een stoel, die weer verandert in een kruk”, legt Fraser uit.

Fraser houdt zich ook bezig met het bedenken van een systeem voor de sociale werkplaats van het Circulair Warenhuis. “Als alles op een heel simplistische manier is ontworpen, waarbij alles een bepaalde dimensie heeft, kunnen dingen gemakkelijk worden gerepareerd”, zegt Fraser. “Het kost enige tijd om een werkwijze te vinden die de kwaliteit van het product garandeert. Het is een soort van leren door middel van over en weer communiceren en je moet reageren en je aanpassen aan alle scenario’s die je mogelijk onder ogen kunt zien”. De ontwerper legt ook uit dat spaanplaat niet zo goed veroudert en dat het in de loop van de tijd relatief snel verslechterd. “Het gaat erom kennis van het materiaal te hebben en het te onderzoeken. Het is logisch om enige verwachtingen te hebben van spaanplaat en het te behandelen als hout omdat het daar deels uit bestaat, maar het is niet hetzelfde en het moet worden benaderd als een materiaal op zich. Door het te snijden en te stapelen krijgt het echter een aardser gevoel, wat ironisch is omdat het zo’n synthetisch product is”.

Fraser hoopt een soort van platform te brengen naar het Circulair Warenhuis dat het probleem van afval adresseert als gevolg van lage kwaliteit meubilair wat een slecht effect heeft op het milieu. “Het Circulair Warenhuis is als een proeftuin waarin je ontwerpers de vrijheid geeft om te doen wat ze willen, en je zult zien dat daar verrassende resultaten uit voortkomen. Het brengt wat risico’s met zich mee, want dit project is niet zo conventioneel, maar er ligt een enorme kans. Ik vind het ook leuk dat er zo goed veel wordt samengewerkt”, zegt Fraser. “Ik denk dat het echt een goede kans heeft om de perceptie van mensen te veranderen over hoe we naar tweedehandswinkels kijken en het is echt een maatstaf voor wat de hedendaagse relevantie ervan is. Ik hoop dat het andere tweedehandswinkels of -bewegingen kan inspireren. Dat is het doel”, besluit Fraser.