Nienke Hoogvliet

SPINNEN NAAR EEN BETERE WERELD
Interview Studio Nienke Hoogvliet

geschreven door Julia Lefeber (buro bordo)

Studio Nienke Hoogvliet is een designstudio voor materiaalonderzoek, experiment en conceptueel design. De studio is in 2013 opgericht en werkt met de focus op materialen die kunnen bijdragen aan een meer holistische visie op de wereld. De projecten vergroten het bewustzijn van sociale en milieuproblemen in de textiel-, leer- en voedingsindustrie. Door innovatieve alternatieven te creëren, hoopt de studio perspectieven en systemen te veranderen. Ze gebruikt design om nieuwe perspectieven te vormen.

Van jongs af aan liep Nienke al rond met grote vraagstukken in haar hoofd. Als het idealistische kind dat ze was, hield ze haar spreekbeurt over proefdieren om zo ook haar klasgenoten te informeren over de problematiek ervan. “Ik was altijd al wel bezig met nadenken over een betere wereld. Op de kunstacademie begon ik te begrijpen dat je door middel van design en kunst een verhaal kunt vertellen, dus ook over hoe een betere wereld eruit kan zien of hoe je daar komt”, zegt Nienke. De designer heeft Lifestyle en Design gestudeerd op de Willem de Kooning Academie in Rotterdam en richtte zich niet zo zeer op productdesign, maar juist op het ontwikkelen van concepten waardoor ze dat idealistische aspect in haar werk kon meenemen.

Aan Nienke wordt vaak gevraagd hoe ze hergebruik benadert. Dat is voor haar een grappig gegeven, omdat hergebruik niet zozeer haar uitgangspunt is, maar ze juist de nadruk legt op de waardering van dat wat er al is. “Als iets eenmaal gemaakt is, en er zoveel tijd en energie in een product is gestoken, dan vind ik het zo zonde om dat zomaar weg te gooien. Met hergebruik wil ik aandacht geven aan die herwaardering en dat dingen langer mee moeten kunnen gaan”, aldus Nienke.

Naast eigen geïnitieerde projecten, werkt Studio Nienke Hoogvliet samen met verscheidende partners; van ambachtsmensen tot aan wetenschappers. Dat gaat via een drielagen model, waarbij in de eerste laag wordt gewerkt aan een uniek stuk voor een museum dat een belangrijk verhaal draagt. “Een voorbeeld daarvan is het zeewierproject ‘SEA ME’ waarbij we een vloerkleed maakten van zeewiergaren en een oud visnet. In dat stadium wordt men al bewust gemaakt van het feit dat er zoiets bestaat als zeewiergaren en daarnaast geconfronteerd met de problematiek rondom plastic afval”, zegt de ontwerper. Nienke wil niet dat het daar ophoudt, en werkt in de volgende fase samen met partners als laboratoria en in de industrie om het product door te ontwikkelen. “We werken dan samen aan een industriële proof of concept wat eigenlijk wil zeggen dat je gaat bewijzen dat deze garen op een grotere schaal gemaakt kunnen worden. Dat proof of concept, kan dan uiteindelijk weer worden ingezet om limited editions te maken die verkrijgbaar zijn in galeries of conceptstores. Iets wat verkoopbaarder is dan een museumstuk, maar toch exclusief”, vervolgt Nienke. In de derde laag, wordt nagedacht over verkoop aan de markt zodat producten van deze speciale garen op grote schaal produceerbaar en ook betaalbaar kunnen worden.

Nienke heeft een grote voorliefde voor textiel omdat dit al generaties in de familie zit. Haar overgrootouders waren kleermakers en haar moeder zat ook altijd achter de naaimachine. “Textiel is wel de op twee na meest vervuilende industrie ter wereld. Als ontwerper vind ik het belangrijk om bij te dragen aan een oplossing en niet aan een probleem”, benadrukt Nienke. “Met de meeste projecten die ik doe, zit ik wat meer aan het begin van de keten waarbij er wordt gekeken naar grondstoffen en materialen vanuit waar er naar een product kan worden toegewerkt. Maar met het project voor het Circulair Warenhuis, is dit juist andersom. Het gaat nu om producten die al zijn gebruikt en als afval worden gezien. Hoe kun je dan toch zorgen dat het die waarde krijgt en behoudt? Dat vind ik een interessant vraagstuk dat weer vanuit een ander perspectief kan worden benaderd”, vertelt de ontwerper.

In het Kringloopbedrijf het Warenhuis wordt de grote toestroom aan producten geselecteerd op basis van bepaalde criteria. Nienke is gaan kijken naar wat die criteria zijn die bepalen of iets wel of niet in de winkel mag komen te liggen. Uiteindelijk heeft ze uit de afvalhoop haar koffers met 59 textielstukken gevuld en meegenomen naar haar studio. Opvallend volgens Nienke was dat veel van deze stukken nog in goede staat waren.

In het selectieproces werd Nienke geconfronteerd met een grote tweestrijd. Waar ze normaal opzoek gaat naar alternatieve en natuurlijke materialen zoals vissenleer en zeewiergaren, kwam ze in deze hoop textiel voornamelijk synthetische stoffen tegen. “Eigenlijk ben ik van mening dat plastic en plasticgarens überhaupt niet meer geproduceerd zouden moeten worden, of alleen bio-plastics die hernieuwbaar en afbreekbaar zijn. Maar nu deze synthetische materialen er al zijn, is het de vraag of ik er zoveel mogelijk waarde uit wil gaan halen, of dat ik toch bij mijn standpunt moet blijven. Veel mensen realiseren zich namelijk niet dat synthetisch textiel erg schadelijk is voor zowel de eigen gezondheid als onze omgeving”. Waar het Nienke vooral om gaat, is dat ze met haar studio op een holistische wijze te werk gaat. Hierbij is het belangrijk om na te denken wat voor effect een ontwerp heeft op een groter systeem. “Wat met plastic ingewikkeld is, is dat die microvezels die vrijkomen als je synthetische stoffen wast of draagt, zo’n groot effect op de natuur en onze gezondheid hebben, dat je daar niet holistisch mee kunt werken. Plastic heeft altijd een negatief bijeffect”, legt Nienke uit.

Nienke hoopt dat het Circulair Warenhuis, met dit project als startpunt, minder afval zal hebben en dus ook minder hoeft te vernietigen. Daarnaast is haar eigen doel om het verhaal over synthetisch textiel zoveel mogelijk aan het licht te brengen, zodat mensen bewuster, maar ook minder consumeren. “Wat ik ook heel erg hoop is dat mensen het Circulair Warenhuis gaan zien als een plek voor innovatie en dat het als voorbeeldfunctie kan dienen, waardoor mensen graag spullen bij hun kopen en daar ook een cirkeltje ontstaat”, eindigt Nienke.